← Terug naar Kennisbank

Hartklepafwijkingen: Oorzaken, Symptomen en Behandeling

Een complete gids over hartklepafwijkingen en behandelopties

~12 minuten leestijd
Cardioloog in de Buurt Redactie
HomeKennisbankHartklepafwijkingen
Cardiologie consult in ziekenhuis
Foto: Unsplash

Hartklepafwijkingen zijn aandoeningen waarbij een of meer van de vier hartklepen niet goed functioneren. Dit kan betekenen dat een klep niet goed opent (stenose) of niet goed sluit (insufficiëntie of regurgitatie). In Nederland worden jaarlijks duizenden patiënten gediagnosticeerd met een hartklepafwijking, en het aantal groeit door de vergrijzing. In dit uitgebreide artikel leggen we uit wat hartklepen doen, welke afwijkingen er bestaan, hoe ze worden vastgesteld en welke behandelingen beschikbaar zijn.

Wat zijn hartklepen en wat doen ze?

Het hart heeft vier kleppen die ervoor zorgen dat het bloed in de juiste richting stroomt. Deze kleppen openen en sluiten zich met elke hartslag, zo'n 100.000 keer per dag. De vier hartklepen zijn:

  • Mitralisklep (bicuspidalisklep): zit tussen de linkerboezem en de linkerkamer. Deze klep zorgt ervoor dat bloed vanuit de longen de linkerkamer kan instromen, maar niet terugstroomt naar de boezem.
  • Aortaklep: zit tussen de linkerkamer en de aorta (de grote lichaamsslagader). Wanneer de linkerkamer samentrekt, opent de aortaklep om zuurstofrijk bloed het lichaam in te pompen.
  • Tricuspidalisklep: zit tussen de rechterboezem en de rechterkamer. Deze klep reguleert de bloedstroom van de rechterkant van het hart.
  • Pulmonalisklep (longslagaderklep): zit tussen de rechterkamer en de longslagader. Via deze klep stroomt zuurstofarm bloed naar de longen om weer zuurstof op te nemen.

Elke klep bestaat uit dunne, sterke flapjes (cuspen of zegels) die als een eenrichtingsventiel werken. Wanneer het bloed naar voren stroomt, worden de flapjes opengeduwd. Zodra het bloed erachter komt, drukken de flapjes tegen elkaar aan en sluiten ze de klep af. Dit voorkomt dat bloed terugstroomt. Bij een hartklepafwijking werkt dit mechanisme niet goed, waardoor het hart harder moet werken om voldoende bloed rond te pompen.

Soorten hartklepafwijkingen

Er zijn twee hoofdtypen hartklepafwijkingen, en soms komen ze gecombineerd voor bij dezelfde klep:

Klepstenose (vernauwing)

Bij klepstenose worden de klepbladen stijf, verdikt of vergroeid, waardoor de klep niet meer volledig kan openen. Hierdoor wordt de doorgang voor het bloed smaller en moet het hart harder pompen om voldoende bloed door de vernauwde opening te persen. Op den duur kan dit leiden tot verdikking van de hartspier (hypertrofie) en uiteindelijk hartfalen. Aortaklepstenose is de meest voorkomende vorm van klepstenose en komt vooral voor bij ouderen boven de 65 jaar als gevolg van verkalking.

Klepinsufficiëntie (lekkage/regurgitatie)

Bij klepinsufficiëntie sluiten de klepbladen niet goed, waardoor er bloed terugstroomt in de verkeerde richting. Het hart moet daardoor extra werk verrichten om dezelfde hoeveelheid bloed vooruit te pompen. Bij lichte insufficiëntie merkt u hier weinig tot niets van, maar bij ernstige lekkage kan het hart uiteindelijk uitgeput raken. Mitralisinsufficiëntie is de meest voorkomende vorm van klepinsufficiëntie. Hierbij lekt er bloed vanuit de linkerkamer terug naar de linkerboezem, wat kan leiden tot vochtophoping in de longen en kortademigheid.

Klepprolaps

Bij een klepprolaps bolt een of meer klepbladen uit (prolaberen) in de verkeerde richting wanneer de klep sluit. Dit komt het vaakst voor bij de mitralisklep en wordt dan mitraliskleprolaps genoemd. Veel mensen met een mitraliskleprolaps hebben geen klachten en hoeven niet behandeld te worden. In sommige gevallen kan een prolaps echter leiden tot insufficiëntie, waardoor behandeling alsnog noodzakelijk wordt.

Welke hartklepen zijn het vaakst aangedaan?

De kleppen aan de linkerkant van het hart (de mitralisklep en de aortaklep) worden het vaakst aangedaan door klepafwijkingen. Dit komt doordat de druk aan de linkerzijde van het hart veel hoger is dan rechts, waardoor deze kleppen zwaarder belast worden.

Aortaklepafwijkingen

Aortaklepstenose is een van de meest voorkomende hartklepafwijkingen, vooral bij ouderen. Door verkalking en slijtage worden de klepbladen stijf en openen ze niet meer volledig. Dit dwingt het hart om met meer kracht te pompen. In het begin geeft dit weinig klachten, maar naarmate de stenose ernstiger wordt, kunnen symptomen zoals kortademigheid, pijn op de borst bij inspanning en duizeligheid of flauwvallen optreden. Aortaklepinsufficiëntie komt ook voor en kan veroorzaakt worden door een verwijding van de aorta of door een bicuspide aortaklep (een aangeboren afwijking waarbij de klep twee in plaats van drie bladen heeft).

Mitralisklepafwijkingen

Mitralisinsufficiëntie is de meest voorkomende klepafwijking wereldwijd. Oorzaken zijn onder meer degeneratie van het klepweefsel, mitraliskleprolaps, ischemische hartziekte (na een hartinfarct), en reumatische hartziekte. Mitralisstenose is minder frequent in westerse landen maar komt nog veel voor in ontwikkelingslanden als gevolg van reumatische koorts. Bij mitralisstenose is de klep vernauwd, waardoor het bloed moeilijker van de linkerboezem naar de linkerkamer kan stromen.

Tricuspidalis- en pulmonalisklepafwijkingen

Afwijkingen aan de tricuspidalisklep en pulmonalisklep komen minder vaak voor. Tricuspidalisinsufficiëntie kan optreden als gevolg van pulmonale hypertensie of rechtszijdig hartfalen. Pulmonalisstenose is meestal aangeboren. Hoewel minder frequent, kunnen ook deze afwijkingen ernstige gevolgen hebben en behandeling vereisen.

Oorzaken van hartklepafwijkingen

Hartklepafwijkingen kunnen verschillende oorzaken hebben:

  • Degeneratieve veranderingen (slijtage en verkalking): Dit is de meest voorkomende oorzaak in westerse landen. Naarmate we ouder worden, kunnen de kleppen stijver worden door kalkafzettingen. Dit proces lijkt op atherosclerose en wordt versneld door risicofactoren zoals hoge bloeddruk en hoog cholesterol.
  • Aangeboren afwijkingen: Sommige mensen worden geboren met klepafwijkingen. Een veelvoorkomend voorbeeld is de bicuspide aortaklep, waarbij de aortaklep twee in plaats van drie klepbladen heeft. Dit komt voor bij ongeveer 1-2% van de bevolking en kan op latere leeftijd leiden tot stenose of insufficiëntie.
  • Reumatische hartziekte: Dit is een complicatie van acuut reuma, dat kan optreden na een onbehandelde streptokokkeninfectie (keelontsteking). Het immuunsysteem valt per ongeluk het klepweefsel aan, wat leidt tot littekenvorming en vervorming van de klep. In Nederland is dit zeldzaam geworden dankzij antibiotica, maar wereldwijd is het nog een belangrijke oorzaak.
  • Endocarditis: Dit is een infectie van de binnenbekleding van het hart, inclusief de hartklepen. Bacteriën (of zeldzaam schimmels) nestelen zich op de klep en veroorzaken beschadiging. Dit kan leiden tot ernstige insufficiëntie en vereist vaak langdurige antibioticabehandeling en soms spoedchirurgie.
  • Ischemische hartziekte: Na een hartinfarct kan de hartspier rondom de mitralisklep beschadigd raken, waardoor de klep niet meer goed sluit. Dit wordt functionele of ischemische mitralisinsufficiëntie genoemd.
  • Bindweefselaandoeningen: Aandoeningen zoals het syndroom van Marfan of het Ehlers-Danlossyndroom kunnen het bindweefsel van de kleppen aantasten, waardoor ze zwakker worden en gaan prolaberen of lekken.
  • Bestraling en medicijnen: Bestraling op de borst (bijvoorbeeld bij kankerbehandeling) en bepaalde medicijnen kunnen klepbeschadiging veroorzaken, soms pas jaren na de blootstelling.

Symptomen en klachten

Hartklepafwijkingen ontwikkelen zich vaak langzaam, waardoor het lichaam zich aanpast en u in het begin weinig tot geen klachten ervaart. Wanneer de afwijking ernstiger wordt, kunnen de volgende symptomen optreden:

  • Kortademigheid (dyspnoe): Dit is vaak het eerste symptoom. Aanvankelijk treedt het alleen op bij inspanning, maar in ernstige gevallen ook in rust of bij plat liggen. U kunt 's nachts wakker worden met het gevoel van benauwdheid.
  • Vermoeidheid: Doordat het hart minder efficiënt pompt, krijgen de organen en spieren minder zuurstofrijk bloed. Dit leidt tot snellere vermoeidheid, ook bij activiteiten die u voorheen zonder problemen uitvoerde.
  • Pijn op de borst (angina): Vooral bij aortaklepstenose kan pijn op de borst optreden bij inspanning. Dit ontstaat doordat de verdikte hartspier meer zuurstof nodig heeft dan de kransslagaders kunnen aanleveren.
  • Duizeligheid en flauwvallen (syncope): Bij ernstige aortaklepstenose kan het hart onvoldoende bloed naar de hersenen pompen, vooral bij inspanning, waardoor u duizelig wordt of flauwvalt.
  • Gezwollen enkels en voeten (oedeem): Als het hart tekortschiet, hoopt vocht zich op in de benen en enkels. Dit is een teken van hartfalen.
  • Hartkloppingen: Een onregelmatige of snelle hartslag kan optreden, vooral bij mitralisklepproblemen. Boezemfibrilleren komt regelmatig voor bij patiënten met mitralisklepafwijkingen.
  • Hartruis: Een hartruis is een abnormaal geluid dat de arts hoort bij het beluisteren van het hart met een stethoscoop. Het is vaak het eerste teken van een klepafwijking en wordt veroorzaakt door turbulente bloedstroom door of langs de afwijkende klep.

Het is belangrijk te beseffen dat de ernst van de symptomen niet altijd overeenkomt met de ernst van de klepafwijking. Sommige patiënten met ernstige klepafwijkingen hebben nauwelijks klachten doordat ze hun activiteiten onbewust hebben aangepast. Regelmatige controle door een cardioloog is daarom essentieel.

Diagnose: hoe worden hartklepafwijkingen vastgesteld?

De diagnose van een hartklepafwijking begint vaak met het lichamelijk onderzoek, waarbij de arts een hartruis hoort. Vervolgens worden aanvullende onderzoeken ingezet:

Echocardiogram (hartecho)

Dit is het belangrijkste onderzoek bij hartklepafwijkingen. Met behulp van ultrasoundgolven worden gedetailleerde beelden van het hart gemaakt. De cardioloog kan zien hoe de kleppen bewegen, of ze goed openen en sluiten, en hoe het bloed door het hart stroomt (met kleurendoppler). Er zijn twee vormen: een transthoracaal echocardiogram (TTE, via de borstwand) en een transoesofageaal echocardiogram (TEE, via de slokdarm), dat gedetailleerdere beelden geeft, vooral van de mitralisklep.

ECG (elektrocardiogram)

Een ECG meet de elektrische activiteit van het hart en kan aanwijzingen geven voor hartvergroting, hartritmestoornissen of overbelasting van de hartkamers die kunnen wijzen op een klepafwijking.

Thoraxfoto (röntgenfoto van de borst)

Een röntgenfoto kan een vergroot hart, verkalkte kleppen of vochtophoping in de longen laten zien, wat allemaal kan wijzen op klepproblematiek.

Cardiac MRI

Een MRI-scan van het hart geeft zeer gedetailleerde beelden en kan de ernst van de klepafwijking nauwkeurig kwantificeren. Dit wordt vaak gebruikt als het echocardiogram onvoldoende informatie geeft of om de hartfunctie nauwkeuriger te beoordelen.

Hartkatheterisatie

Bij dit onderzoek wordt een dunne katheter via de lies- of polsslagader naar het hart geleid. Hiermee kunnen de drukken in de hartkamers en de bloedvaten direct worden gemeten. Vaak wordt tegelijkertijd een coronairangiografie uitgevoerd om te controleren of er vernauwingen in de kransslagaders zijn, vooral als een operatie wordt overwogen.

Inspanningstest (fietstest of loopbandtest)

Soms worden de klachten pas duidelijk bij inspanning. Een inspanningstest kan aantonen hoe het hart reageert op belasting en helpt om de ernst van de klepafwijking beter in te schatten. Soms wordt dit gecombineerd met een echocardiogram (stress-echo).

Behandelopties

De behandeling van een hartklepafwijking hangt af van het type afwijking, de ernst ervan, de symptomen en de algehele gezondheidstoestand van de patiënt. Er zijn verschillende behandelopties:

Afwachtend beleid en controle

Bij lichte tot matige klepafwijkingen zonder klachten kan de cardioloog kiezen voor een afwachtend beleid met regelmatige controles (watchful waiting). Dit betekent dat u periodiek een echocardiogram ondergaat om de ontwikkeling van de afwijking te volgen. De frequentie van de controles varieert van jaarlijks tot elke paar maanden, afhankelijk van de ernst.

Medicamenteuze behandeling

Medicijnen kunnen de symptomen verlichten en complicaties voorkomen, maar ze genezen de klepafwijking zelf niet. Veelgebruikte medicijnen zijn:

  • Diuretica (plastabletten): Om vochtophoping te verminderen en de belasting van het hart te verlichten.
  • ACE-remmers of ARB's: Om de bloeddruk te verlagen en het hart te ontlasten.
  • Bètablokkers: Om de hartfrequentie te verlagen en het hart rustiger te laten kloppen.
  • Antistollingsmiddelen: Bij boezemfibrilleren of na een mechanische klepvervanging om bloedstolsels te voorkomen.
  • Antibiotica (endocarditisprofylaxe): In sommige gevallen worden antibiotica voorgeschreven voor bepaalde medische of tandheelkundige ingrepen om een infectie op de klep te voorkomen.

Chirurgische klepreparatie

Bij klepreparatie wordt de eigen klep hersteld in plaats van vervangen. Dit heeft de voorkeur wanneer het technisch mogelijk is, omdat het eigen klepweefsel beter functioneert en er geen levenslange bloedverdunners nodig zijn. Klepreparatie wordt het vaakst uitgevoerd bij de mitralisklep. De chirurg kan de klepbladen bijknippen, versterken met ringen (annuloplastiek), of gescheurde koorden (chordae) repareren. Na een succesvolle reparatie is de langetermijnprognose over het algemeen zeer goed.

Chirurgische klepvervanging

Wanneer reparatie niet mogelijk is, wordt de klep vervangen door een kunstklep. Er zijn twee soorten kunstkleppen:

  • Mechanische kleppen: Gemaakt van duurzame materialen zoals koolstof en titanium. Ze gaan vrijwel een leven lang mee, maar vereisen levenslang gebruik van bloedverdunners (antistolling) om stolselvorming op de klep te voorkomen.
  • Biologische kleppen (bioprothesen): Gemaakt van dierlijk weefsel (varken of rund). Ze vereisen geen levenslange bloedverdunners, maar slijten na verloop van tijd (10-20 jaar) en moeten dan mogelijk worden vervangen. Ze worden vaak gekozen bij oudere patiënten.

De keuze tussen een mechanische en biologische klep hangt af van uw leeftijd, levensstijl, andere aandoeningen en persoonlijke voorkeur. Uw cardioloog en hartchirurg zullen dit uitgebreid met u bespreken.

TAVI: de minimaal invasieve klepvervanging

TAVI (Transcatheter Aortic Valve Implantation), ook wel TAVR (Transcatheter Aortic Valve Replacement) genoemd, is een baanbrekende techniek die de afgelopen jaren een revolutie heeft teweeggebracht in de behandeling van aortaklepstenose. Bij TAVI wordt een nieuwe klep via een katheter geplaatst, meestal via de liesslagader, zonder dat het borstbeen geopend hoeft te worden.

De procedure verloopt als volgt: een samengevouwen biologische klep wordt op een katheter gemonteerd en via de slagader naar de positie van de oude aortaklep geleid. Daar wordt de nieuwe klep ontplooid (met een ballon of zelfexpanderend), waardoor de oude, verkalkte klep opzij wordt gedrukt. De ingreep duurt doorgaans 1-2 uur en wordt uitgevoerd onder plaatselijke verdoving met sedatie of onder algehele narcose.

TAVI was oorspronkelijk bedoeld voor patiënten die te ziek of te oud waren voor een open hartoperatie, maar onderzoek heeft aangetoond dat de resultaten ook bij patiënten met een gemiddeld operatierisico minstens even goed zijn als bij chirurgische vervanging. Het belangrijkste voordeel is het snellere herstel: veel patiënten kunnen al na enkele dagen het ziekenhuis verlaten, in vergelijking met een week of langer na een open operatie.

Er wordt ook onderzoek gedaan naar kathetergebaseerde technieken voor de mitralisklep (MitraClip, TMVR) en de tricuspidalisklep, hoewel deze nog minder ver ontwikkeld zijn dan TAVI.

Leven met een hartklepafwijking

Een diagnose van een hartklepafwijking kan ingrijpend zijn, maar met de juiste zorg en aanpassingen kunt u in veel gevallen een actief en kwalitatief goed leven leiden. Hier zijn enkele belangrijke aandachtspunten:

Beweging en sport

Regelmatige, matige lichaamsbeweging is voor de meeste patiënten met een hartklepafwijking goed en zelfs aanbevolen. Wandelen, fietsen en zwemmen zijn doorgaans veilige activiteiten. Bij ernstige klepstenose of -insufficiëntie worden zware krachtinspanningen en competitiesport echter afgeraden. Overleg altijd met uw cardioloog over welke activiteiten voor u geschikt zijn. Na een klepoperatie of TAVI wordt hartrevalidatie sterk aanbevolen om uw conditie veilig op te bouwen.

Voeding

Een hartgezond dieet is belangrijk: beperk zout (om vochtretentie te voorkomen), eet voldoende groenten, fruit, volkoren producten en vis, en beperk verzadigd vet. Als u bloedverdunners gebruikt (met name vitamine K-antagonisten zoals acenocoumarol), is het belangrijk om consistent te zijn in uw inname van vitamine K-rijke voedingsmiddelen zoals groene bladgroenten.

Medicijnen en controles

Neem uw medicijnen zoals voorgeschreven en sla geen controleafspraken over. Regelmatige echocardiogrammen zijn essentieel om de ontwikkeling van de afwijking te monitoren. Als u een mechanische klep heeft, is trouw gebruik van bloedverdunners levensbelangrijk. Laat regelmatig uw INR-waarde controleren.

Endocarditispreventie

Patiënten met bepaalde hartklepafwijkingen of kunstkleppen hebben een verhoogd risico op endocarditis. Informeer altijd uw tandarts, arts en andere zorgverleners over uw klepafwijking. In sommige gevallen zijn preventieve antibiotica nodig voor tandheelkundige of chirurgische ingrepen.

Wanneer naar de cardioloog?

Raadpleeg een cardioloog als u een of meer van de volgende klachten ervaart:

  • Toenemende kortademigheid bij inspanning of in rust
  • Onverklaarde vermoeidheid die uw dagelijkse activiteiten beperkt
  • Pijn of druk op de borst, vooral bij lichamelijke inspanning
  • Duizeligheid of flauwvallen
  • Gezwollen enkels, voeten of buik
  • Hartkloppingen of een onregelmatige hartslag
  • Als bij u eerder een hartruis is geconstateerd

Daarnaast is het verstandig om u te laten controleren als hartklepafwijkingen in uw familie voorkomen, of als u risicofactoren heeft zoals hoge bloeddruk, diabetes of een doorgemaakt hartinfarct. Vroege opsporing en monitoring kunnen ernstige complicaties voorkomen en de prognose aanzienlijk verbeteren.

Veelgestelde vragen over hartklepafwijkingen

Wat zijn de meest voorkomende hartklepafwijkingen?

De meest voorkomende hartklepafwijkingen zijn aortaklepstenose (vernauwing van de aortaklep) en mitralisinsufficiëntie (lekkage van de mitralisklep). Aortaklepstenose komt vooral voor bij ouderen door verkalking, terwijl mitralisinsufficiëntie verschillende oorzaken kan hebben waaronder degeneratie en hartfalen.

Hoe wordt een hartklepafwijking vastgesteld?

Een hartklepafwijking wordt meestal vastgesteld met een echocardiogram (hartecho). Dit onderzoek maakt gebruik van ultrasound om de hartklappen in beweging te zien en de bloedstroom te meten. Aanvullend kunnen een hartfilm (ECG), MRI of hartkatheterisatie worden uitgevoerd.

Wat is TAVI en voor wie is het geschikt?

TAVI (Transcatheter Aortic Valve Implantation) is een minimaal invasieve procedure waarbij een nieuwe aortaklep via een katheter wordt geplaatst, meestal via de lies. TAVI is oorspronkelijk ontwikkeld voor patiënten met een hoog operatierisico, maar wordt nu ook steeds vaker toegepast bij patiënten met een gemiddeld risico.

Kan ik sporten met een hartklepafwijking?

Of u kunt sporten met een hartklepafwijking hangt af van het type en de ernst van de afwijking. Bij lichte klepafwijkingen is matige lichaamsbeweging meestal veilig en zelfs aanbevolen. Bij ernstige stenose of insufficiëntie worden zware inspanningen afgeraden. Overleg altijd met uw cardioloog over welke activiteiten veilig zijn.

Hoe lang duurt herstel na een hartklepoperatie?

Na een open hartklepoperatie duurt het volledige herstel doorgaans 6 tot 12 weken. De eerste weken na de operatie dient u rust te nemen en zware inspanningen te vermijden. Na een TAVI-procedure is het herstel aanzienlijk sneller, vaak slechts enkele dagen tot een week. Hartrevalidatie wordt in beide gevallen sterk aanbevolen.

Conclusie

Hartklepafwijkingen zijn veelvoorkomende aandoeningen die, wanneer ze onbehandeld blijven, ernstige gevolgen kunnen hebben voor uw gezondheid en kwaliteit van leven. Het goede nieuws is dat de diagnose- en behandelmogelijkheden de afgelopen decennia enorm zijn verbeterd. Van minimaal invasieve procedures zoals TAVI tot geavanceerde chirurgische reparatietechnieken: er zijn meer behandelopties dan ooit tevoren. Regelmatige controle door een cardioloog is essentieel om de afwijking tijdig op te sporen en de juiste behandeling op het juiste moment te starten.

Heeft u klachten of wilt u zich laten controleren?

Zoek een cardioloog bij u in de buurt voor deskundig advies en onderzoek.

Vind een Cardioloog

Lees ook in de kennisbank

Deze artikelen sluiten inhoudelijk aan en helpen u om uw hartgezondheid nog beter te begrijpen.