← Terug naar Kennisbank

Boezemfibrilleren: De Meest Voorkomende Hartritmestoornis

Oorzaken, risico's en behandelingen van atriumfibrilleren

~13 minuten leestijd
Cardioloog in de Buurt Redactie
HomeKennisbankBoezemfibrilleren
Cardiologie consult in ziekenhuis
Foto: Unsplash

Boezemfibrilleren (ook wel atriumfibrilleren of AF genoemd) is de meest voorkomende hartritmestoornis ter wereld. In Nederland hebben naar schatting meer dan 350.000 mensen boezemfibrilleren, en dit aantal groeit door de vergrijzing. Bij boezemfibrilleren trekken de boezems (atria) van het hart niet meer gecoördineerd samen maar trillen ze chaotisch, waardoor het hart onregelmatig en vaak te snel klopt. In dit artikel leest u alles over het ontstaan, de risico's, de diagnose en de moderne behandelmogelijkheden van boezemfibrilleren.

Wat is boezemfibrilleren?

Bij een normaal hartritme trekt het hart zich regelmatig samen, gestuurd door elektrische impulsen die in een vast patroon door het hart lopen. Bij boezemfibrilleren is dit patroon verstoord: in plaats van geordende elektrische signalen vuren honderden chaotische impulsen per minuut door de boezems. Hierdoor trillen de boezems in plaats van dat ze effectief samentrekken.

De AV-knoop (atrioventriculaire knoop), die als filter fungeert tussen de boezems en de kamers, laat slechts een deel van deze chaotische impulsen door naar de kamers. Dit resulteert in een onregelmatige en vaak verhoogde hartfrequentie. Een normaal hartritme ligt tussen de 60 en 100 slagen per minuut; bij onbehandeld boezemfibrilleren kan de hartfrequentie oplopen tot 100-180 slagen per minuut.

Doordat de boezems niet meer effectief pompen, neemt de efficiëntie van het hart af met ongeveer 15-25%. In rust merken veel patiënten dit niet direct, maar bij inspanning kan het een duidelijk verschil maken. Bovendien kan het stilstaan van bloed in de niet-effectief pompende boezems leiden tot stolselvorming, wat het risico op een beroerte (herseninfarct) sterk verhoogt.

Het elektrische systeem van het hart

Om te begrijpen wat er misgaat bij boezemfibrilleren, is het nuttig om te weten hoe het hart normaal gesproken wordt aangestuurd. Het hart heeft een eigen elektrisch geleidingssysteem dat zorgt voor een gecoördineerde samentrekking:

  • Sinusknoop (SA-knoop): Dit is de natuurlijke pacemaker van het hart, gelegen in de rechterboezemwand. De sinusknoop genereert regelmatige elektrische impulsen (normaal 60-100 per minuut in rust) die het hart laten kloppen.
  • Boezems (atria): De elektrische impuls verspreidt zich vanuit de sinusknoop over beide boezems, waardoor ze gelijktijdig samentrekken en bloed in de kamers pompen.
  • AV-knoop: De impuls bereikt vervolgens de AV-knoop, die als poortwachter fungeert. De AV-knoop vertraagt de impuls even, zodat de kamers tijd hebben om zich te vullen met bloed voordat ze samentrekken.
  • Bundel van His en Purkinjevezels: Vanuit de AV-knoop wordt het signaal via de bundel van His en de Purkinjevezels snel over beide kamers verspreid, waardoor ze krachtig en gecoördineerd samentrekken.

Bij boezemfibrilleren worden de geordende signalen van de sinusknoop overstemd door honderden chaotische elektrische impulsen die vanuit de boezems komen. De meeste van deze impulsen worden geblokkeerd door de AV-knoop, maar degene die wel doorkomen zorgen voor een onregelmatig en vaak te snel hartritme.

Typen boezemfibrilleren

Boezemfibrilleren wordt ingedeeld in verschillende typen op basis van de duur en het verloop:

Paroxismaal boezemfibrilleren

Bij paroxismaal boezemfibrilleren treedt de ritmestoornis in aanvallen op die spontaan beginnen en weer stoppen, meestal binnen 48 uur en altijd binnen 7 dagen. Tussen de aanvallen door heeft het hart een normaal ritme (sinusritme). Aanvallen kunnen seconden tot uren of zelfs dagen duren. Patiënten beschrijven vaak plotselinge hartkloppingen die weer vanzelf verdwijnen. Dit type komt het vaakst voor bij jongere patiënten en reageert doorgaans het beste op behandeling.

Persisterend boezemfibrilleren

Bij persisterend boezemfibrilleren duurt de ritmestoornis langer dan 7 dagen en stopt deze niet vanzelf. Een behandeling (cardioversie of medicatie) is nodig om het normale ritme te herstellen. Als het boezemfibrilleren langer dan een jaar aanhoudt, spreekt men van langdurig persisterend boezemfibrilleren. Hoe langer het boezemfibrilleren aanhoudt, hoe moeilijker het wordt om het sinusritme te herstellen en te behouden, omdat de boezems structureel veranderen (remodeling).

Permanent boezemfibrilleren

Bij permanent boezemfibrilleren heeft de cardioloog in overleg met de patiënt besloten om niet meer te proberen het sinusritme te herstellen. De focus verschuift naar het controleren van de hartfrequentie en het voorkomen van complicaties zoals een beroerte. Dit is geen falen van de behandeling, maar een bewuste keuze wanneer de voordelen van ritmeherstel niet opwegen tegen de nadelen.

Eerste episode

Wanneer boezemfibrilleren voor het eerst wordt vastgesteld, spreekt men van een eerste episode. Op dit moment is het nog niet duidelijk welk type het zal worden. Na verloop van tijd en verdere observatie kan de cardioloog bepalen of het gaat om paroxismaal, persisterend of een andere vorm.

Oorzaken en risicofactoren

Boezemfibrilleren kan vele oorzaken hebben en komt soms voor zonder duidelijke onderliggende oorzaak (lone AF). De belangrijkste risicofactoren en oorzaken zijn:

  • Leeftijd: Het risico op boezemfibrilleren stijgt sterk met de leeftijd. Onder de 50 jaar komt het bij minder dan 1% voor, maar boven de 80 jaar heeft meer dan 10% boezemfibrilleren.
  • Hoge bloeddruk: Hypertensie is de meest voorkomende risicofactor voor boezemfibrilleren. Door de chronisch verhoogde druk worden de boezems overbelast en vergroot, wat het risico op ritmestoornissen verhoogt.
  • Hartklepafwijkingen: Met name mitralisklepproblemen kunnen de linkerboezem vergroten en zo boezemfibrilleren uitlokken.
  • Hartfalen: Hartfalen en boezemfibrilleren versterken elkaar: hartfalen kan boezemfibrilleren veroorzaken en omgekeerd kan boezemfibrilleren hartfalen verergeren.
  • Coronaire hartziekte: Ischemie van het hartweefsel kan het elektrische systeem verstoren.
  • Schildklierafwijkingen: Met name een overactieve schildklier (hyperthyreoïdie) kan boezemfibrilleren veroorzaken. Dit is een behandelbare oorzaak.
  • Overgewicht en obesitas: Overgewicht is een sterke en onafhankelijke risicofactor. Vetophoping rond het hart kan direct het boezemweefsel beïnvloeden. Gewichtsverlies is bewezen effectief in het verminderen van aanvallen.
  • Slaapapneu: Het obstructieve slaapapneusyndroom verhoogt het risico op boezemfibrilleren aanzienlijk. Behandeling van slaapapneu (met CPAP) kan het boezemfibrilleren verbeteren.
  • Alcoholgebruik: Overmatig alcoholgebruik is een bekende trigger. Het zogenaamde "holiday heart syndrome" beschrijft boezemfibrilleren dat optreedt na fors drankgebruik.
  • Intensieve duursport: Opvallend genoeg hebben topsporters en intensieve duuratleten een verhoogd risico op boezemfibrilleren, mogelijk door structurele veranderingen in de boezems als gevolg van jarenlange intensieve training.
  • Diabetes: Diabetes verhoogt het risico op boezemfibrilleren met ongeveer 40%.
  • Erfelijkheid: Bij sommige families komt boezemfibrilleren vaker voor, wat wijst op een genetische component.

Symptomen

De symptomen van boezemfibrilleren variëren sterk van persoon tot persoon. Sommige patiënten hebben ernstige klachten, terwijl anderen nauwelijks iets merken:

  • Hartkloppingen (palpitaties): Een gevoel dat het hart onregelmatig, snel of bonzend klopt. Dit is het meest kenmerkende symptoom. Patiënten beschrijven het vaak als een "fladderend" of "buiteling makend" gevoel in de borst.
  • Vermoeidheid: Een verminderde pompcapaciteit van het hart leidt tot vermoeidheid, die soms het meest invaliderende symptoom is.
  • Kortademigheid: Vooral bij inspanning, maar in ernstige gevallen ook in rust. Dit ontstaat doordat het hart minder efficiënt pompt.
  • Duizeligheid en licht gevoel in het hoofd: Door de onregelmatige hartslag kan de bloedtoevoer naar de hersenen tijdelijk verminderen.
  • Pijn of ongemak op de borst: Sommige patiënten ervaren een drukkend of onaangenaam gevoel op de borst tijdens een aanval.
  • Verminderde inspanningstolerantie: Activiteiten die eerder geen probleem waren, worden moeilijker.
  • Angst en onrust: De onregelmatige hartslag kan angstgevoelens oproepen.

Het is belangrijk te weten dat tot 30% van de patiënten met boezemfibrilleren geen symptomen ervaart. Dit asymptomatisch boezemfibrilleren wordt dan pas ontdekt bij een routinecontrole of nadat een complicatie (zoals een beroerte) is opgetreden. Dit onderstreept het belang van regelmatige polscontrole en screening bij risicopatiënten.

Beroerterisico en de CHA2DS2-VASc score

Een van de gevaarlijkste complicaties van boezemfibrilleren is het verhoogde risico op een beroerte (CVA/herseninfarct). Doordat de boezems niet effectief samentrekken, kan bloed stilstaan en stollen, met name in het linker hartoor (een uitstulping van de linkerboezem). Als zo'n stolsel loskomt, kan het via de bloedstroom naar de hersenen reizen en daar een bloedvat afsluiten, met een beroerte tot gevolg.

Het risico op een beroerte is bij patiënten met boezemfibrilleren gemiddeld vijf keer zo hoog als bij mensen zonder deze aandoening. Bovendien zijn beroertes die worden veroorzaakt door boezemfibrilleren vaak ernstiger dan andere typen beroertes, met een hogere kans op blijvende invaliditeit of overlijden.

De CHA2DS2-VASc score

Om het individuele beroerterisico te bepalen, gebruiken cardiologen de CHA2DS2-VASc score. Dit scoresysteem kent punten toe aan verschillende risicofactoren:

  • C - Congestief hartfalen: 1 punt
  • H - Hypertensie (hoge bloeddruk): 1 punt
  • A2 - Age (leeftijd) 75 jaar of ouder: 2 punten
  • D - Diabetes mellitus: 1 punt
  • S2 - Stroke/TIA (eerdere beroerte of TIA): 2 punten
  • V - Vasculaire ziekte (hartinfarct, perifeer vaatlijden, aortaplaque): 1 punt
  • A - Age (leeftijd) 65-74 jaar: 1 punt
  • Sc - Sex category (vrouwelijk geslacht): 1 punt

De maximale score is 9 punten. Bij mannen met een score van 1 of hoger en bij vrouwen met een score van 2 of hoger worden bloedverdunners (anticoagulantia) aanbevolen om het beroerterisico te verlagen. Bij een score van 0 (mannen) of 1 (vrouwen) is het risico laag en zijn bloedverdunners in principe niet nodig.

Diagnose

De diagnose boezemfibrilleren wordt bevestigd door het vastleggen van de hartritmestoornis op een ECG. De volgende onderzoeken worden hiervoor gebruikt:

Elektrocardiogram (ECG)

Een 12-afleidingen ECG is de gouden standaard voor de diagnose van boezemfibrilleren. Het toont het kenmerkende patroon: afwezigheid van P-golven (die normaal de boezemactiviteit weergeven), een onregelmatige basislijn en onregelmatige afstanden tussen de hartslagen (onregelmatige RR-intervallen). Een ECG kan direct op het spreekuur worden gemaakt, maar als het boezemfibrilleren op dat moment niet aanwezig is, kan het normaal zijn.

Holtermonitor (24-uurs of 48-uurs ECG)

Een Holtermonitor is een draagbaar ECG-apparaat dat u gedurende 24-48 uur draagt terwijl u uw normale activiteiten uitvoert. Alle hartslagen worden geregistreerd en later geanalyseerd. Dit is bijzonder nuttig bij paroxismaal boezemfibrilleren, dat alleen af en toe optreedt en mogelijk niet aanwezig is tijdens een standaard ECG.

Event recorder en implanteerbare loop recorder

Als een Holtermonitor de ritmestoornis niet vastlegt, kan een event recorder worden gebruikt. Dit apparaat draagt u langere tijd (weken) en activeert u zelf wanneer u klachten heeft. Bij moeilijk te documenteren ritmestoornissen kan een implanteerbare loop recorder (ILR) onder de huid worden geplaatst, die tot 3 jaar continu het hartritme registreert.

Smartwatch en wearables

Moderne smartwatches (zoals de Apple Watch en Samsung Galaxy Watch) kunnen onregelmatige hartslagen detecteren en zelfs een ECG-achtige registratie maken. Hoewel deze technologie steeds betrouwbaarder wordt, is een bevestiging met een medisch ECG altijd noodzakelijk voordat de diagnose definitief wordt gesteld.

Echocardiogram

Na het vaststellen van boezemfibrilleren wordt vrijwel altijd een echocardiogram gemaakt om de oorzaak te achterhalen. De cardioloog beoordeelt de grootte van de boezems, de pompfunctie van het hart, eventuele klepafwijkingen en andere structurele afwijkingen die het boezemfibrilleren kunnen veroorzaken of onderhouden.

Bloedonderzoek

Bloedonderzoek wordt uitgevoerd om behandelbare oorzaken op te sporen, met name schildklierfunctiestoornissen. Daarnaast worden nierfunctie, leverfunctie en het bloedbeeld bepaald, onder andere in verband met de keuze en dosering van medicijnen.

Behandeling: frequentiecontrole vs. ritmecontrole

De behandeling van boezemfibrilleren kent twee hoofdstrategieën die vaak gecombineerd worden:

Frequentiecontrole (rate control)

Bij frequentiecontrole wordt het boezemfibrilleren geaccepteerd, maar wordt de hartfrequentie verlaagd tot een aanvaardbaar niveau (doorgaans minder dan 110 slagen per minuut in rust). Hiervoor worden medicijnen gebruikt die de impulsgeleiding door de AV-knoop vertragen:

  • Bètablokkers (metoprolol, bisoprolol): de meest gebruikte middelen voor frequentiecontrole. Ze verlagen de hartfrequentie en verminderen klachten.
  • Calciumantagonisten (verapamil, diltiazem): een alternatief voor patiënten die bètablokkers niet verdragen.
  • Digoxine: wordt soms toegevoegd als bètablokkers of calciumantagonisten alleen onvoldoende effect hebben, met name bij patiënten met hartfalen.

Frequentiecontrole is vaak de initiële strategie bij oudere patiënten met weinig klachten en bij patiënten met permanent boezemfibrilleren.

Ritmecontrole (rhythm control)

Bij ritmecontrole is het doel om het normale sinusritme te herstellen en te behouden. Dit wordt bereikt met medicijnen (antiaritmica), cardioversie of katheterablatie:

  • Flecaïnide: effectief bij patiënten zonder structurele hartziekte. Kan ook als "pill-in-the-pocket" worden gebruikt, waarbij de patiënt het medicijn zelf inneemt bij het begin van een aanval.
  • Sotalol: een bètablokker met antiaritmische eigenschappen.
  • Amiodaron: het meest effectieve antiaritmicum, maar met potentieel ernstige bijwerkingen bij langdurig gebruik (schildklier, longen, lever). Wordt daarom gereserveerd voor patiënten bij wie andere middelen niet werken.

Recent onderzoek (het EAST-AFNET 4 trial) heeft aangetoond dat vroege ritmecontrole (binnen het eerste jaar na diagnose) de kans op complicaties zoals beroerte, hartfalen en overlijden significant kan verlagen. Dit heeft geleid tot een verschuiving in de richtlijnen naar een meer actieve ritmecontrole-strategie, vooral bij jongere, symptomatische patiënten.

Bloedverdunners: DOACs en vitamine K-antagonisten

Het voorkomen van beroertes is een van de belangrijkste pijlers van de behandeling van boezemfibrilleren. Hiervoor worden anticoagulantia (bloedverdunners) voorgeschreven:

DOACs (Direct Orale AntiCoagulantia)

DOACs zijn de middelen van eerste keuze bij de meeste patiënten met boezemfibrilleren. Ze werken door direct een specifieke stollingsfactor te remmen. De belangrijkste DOACs zijn:

  • Rivaroxaban (Xarelto): eenmaal daags innemen
  • Apixaban (Eliquis): tweemaal daags innemen
  • Edoxaban (Lixiana): eenmaal daags innemen
  • Dabigatran (Pradaxa): tweemaal daags innemen

Het grote voordeel van DOACs ten opzichte van de oudere vitamine K-antagonisten is dat ze geen regelmatige bloedcontroles vereisen, minder interacties hebben met voeding en medicijnen, en een lager risico op hersenbloedingen hebben.

Vitamine K-antagonisten (VKA's)

In Nederland zijn acenocoumarol en fenprocoumon de meest gebruikte VKA's. Ze worden nog voorgeschreven bij patiënten met mechanische hartkleppen of ernstige nierfunctiestoornissen, situaties waarin DOACs niet geschikt zijn. Het nadeel van VKA's is dat regelmatige INR-controles nodig zijn (via de trombosedienst) en dat het effect beïnvloed wordt door voeding (vitamine K-rijke groenten) en andere medicijnen.

Het is essentieel dat u uw bloedverdunners trouw inneemt. Het overslaan van doses verhoogt het risico op een beroerte aanzienlijk. Neem nooit zelfstandig de beslissing om te stoppen met bloedverdunners.

Cardioversie

Cardioversie is een procedure die wordt gebruikt om het normale hartritme te herstellen. Er zijn twee vormen:

Elektrische cardioversie

Bij een elektrische cardioversie wordt onder korte algehele narcose (u slaapt even) een gecontroleerde elektrische schok via twee plakkers op de borst aan het hart toegediend. Deze schok "reset" als het ware het elektrische systeem van het hart, waardoor het sinusritme hersteld kan worden. De procedure duurt slechts enkele seconden en u kunt doorgaans dezelfde dag naar huis. Het succespercentage is hoog (meer dan 90%), maar het boezemfibrilleren kan op termijn terugkomen.

Farmacologische cardioversie

Bij farmacologische cardioversie worden medicijnen (antiaritmica) gebruikt om het sinusritme te herstellen. Dit kan intraveneus in het ziekenhuis of soms oraal thuis (pill-in-the-pocket) worden toegepast. Het succespercentage is lager dan bij elektrische cardioversie, maar het voordeel is dat geen narcose nodig is.

Belangrijk: voor een cardioversie moet u minimaal 3 weken adequate antistolling hebben gebruikt, of er moet met een echocardiogram via de slokdarm (TEE) zijn aangetoond dat er geen stolsels in het hart zitten. Dit is essentieel om een beroerte te voorkomen.

Katheterablatie

Katheterablatie is een steeds vaker toegepaste behandeling die met name effectief is bij paroxismaal boezemfibrilleren en bij patiënten bij wie medicijnen onvoldoende werken of te veel bijwerkingen veroorzaken.

Bij een katheterablatie wordt een katheter via de liesslagader naar het hart geleid. In het hart worden de gebieden die de abnormale elektrische impulsen veroorzaken geïdentificeerd en uitgeschakeld. Bij boezemfibrilleren bevinden deze "triggers" zich meestal rondom de longvenen (pulmonaalvenen) die in de linkerboezem uitmonden. De standaardprocedure is daarom de pulmonaalvenenisolatie (PVI): er wordt een cirkel van littekenweefsel aangebracht rondom de longvenen, zodat de chaotische impulsen de rest van de boezem niet meer kunnen bereiken.

Technieken

  • Radiofrequente ablatie (RF): Hierbij wordt warmte-energie gebruikt om punt voor punt littekenweefsel te creëren rondom de longvenen.
  • Cryoablatie (ballonablatie): Een ballon wordt in de longvene geplaatst en bevroren, waardoor een cirkel van littekenweefsel ontstaat. Deze techniek is sneller dan punt-voor-punt RF-ablatie.
  • Pulsed Field Ablation (PFA): De nieuwste techniek, waarbij korte elektrische pulsen worden gebruikt die selectief hartspiercellen uitschakelen zonder omliggende structuren (zoals de slokdarm of zenuwen) te beschadigen. Deze techniek wordt steeds vaker toegepast vanwege het gunstige veiligheidsprofiel.

Resultaten en risico's

Bij paroxismaal boezemfibrilleren is de ablatie bij 70-80% van de patiënten succesvol na een of twee procedures. Bij persisterend boezemfibrilleren liggen de succespercentages lager (50-70%). Mogelijke complicaties zijn zeldzaam maar omvatten bloeding op de punctieplaats, harttamponnade (bloedophoping rond het hart), beroerte en vernauwing van de longvenen. In ervaren centra is het totale complicatierisico 2-4%.

Na een ablatie moet u doorgaans nog minimaal 2-3 maanden bloedverdunners gebruiken. Of de bloedverdunners daarna gestopt kunnen worden, hangt af van uw CHA2DS2-VASc score, niet van het succes van de ablatie.

Leven met boezemfibrilleren

Boezemfibrilleren is een chronische aandoening, maar met de juiste behandeling en leefstijlaanpassingen kunt u een actief en kwalitatief goed leven leiden. Hier zijn praktische tips:

Bewegen en sport

Regelmatige, matige lichaamsbeweging is aanbevolen. Wandelen, fietsen, zwemmen en yoga zijn uitstekende activiteiten. Vermijd echter zeer intensieve inspanningen, tenzij uw cardioloog hiervoor groen licht heeft gegeven. Leer uw eigen lichaam kennen en herken de signalen dat u te veel doet. Als uw hartfrequentie goed gecontroleerd is, kunt u veel activiteiten veilig uitvoeren.

Alcohol en cafeïne

Alcohol is een bekende trigger voor aanvallen van boezemfibrilleren. Beperk uw alcoholinname of vermijd het geheel. Cafeïne was lang verdacht als trigger, maar recent onderzoek toont aan dat gematigd koffiegebruik (2-3 koppen per dag) bij de meeste patiënten geen probleem vormt en het risico op boezemfibrilleren mogelijk zelfs verlaagt.

Gewichtsbeheersing

Overgewicht is een belangrijke risicofactor en het verminderen van gewicht is bewezen effectief. Het LEGACY-onderzoek toonde aan dat gewichtsverlies van meer dan 10% het boezemfibrilleren bij een aanzienlijk deel van de patiënten kan elimineren. Streef naar een gezond BMI en werk samen met uw arts aan een realistisch plan voor gewichtsbeheersing.

Slaap en stress

Zorg voor voldoende slaap en behandel slaapapneu als dit bij u is vastgesteld. Stress kan aanvallen uitlokken, dus leer omgaan met stress door middel van ontspanningstechnieken, mindfulness of yoga. Een goede balans tussen activiteit en rust is belangrijk.

Medicatietrouw

Neem uw medicijnen consequent in zoals voorgeschreven. Gebruik eventueel een medicijndoos of reminder-app. Het vergeten van bloedverdunners kan ernstige gevolgen hebben. Bespreek eventuele bijwerkingen altijd met uw cardioloog in plaats van zelf te stoppen.

Wanneer spoedeisende hulp zoeken?

Hoewel boezemfibrilleren meestal geen onmiddellijk levensbedreigende situatie is, zijn er omstandigheden waarin u direct medische hulp moet zoeken. Bel 112 of ga naar de spoedeisende hulp bij:

  • Plotselinge verlamming, spraakproblemen of gezichtsverlamming: Dit zijn tekenen van een beroerte. Elke minuut telt.
  • Ernstige pijn op de borst: Dit kan wijzen op een hartinfarct of andere acute hartproblematiek.
  • Flauwvallen of bewusteloosheid: Dit kan wijzen op een ernstig te snelle of te trage hartslag.
  • Ernstige kortademigheid in rust: Dit kan een teken zijn van acuut hartfalen.
  • Een hartfrequentie boven de 150 slagen per minuut die niet afneemt: Een langdurig te snelle hartslag kan het hart schaden.

Bij minder ernstige klachten, zoals een milde verergering van hartkloppingen of lichte vermoeidheid, neem contact op met uw cardioloog of huisarts voor advies. Twijfel nooit: het is altijd beter om onnodig contact op te nemen dan een ernstige situatie te missen.

Veelgestelde vragen over boezemfibrilleren

Is boezemfibrilleren gevaarlijk?

Boezemfibrilleren is op zichzelf meestal niet direct levensbedreigend, maar het verhoogt het risico op een beroerte (herseninfarct) met een factor 5. Door de onregelmatige hartslag kunnen bloedstolsels ontstaan in het hart die naar de hersenen kunnen reizen. Daarnaast kan langdurig onbehandeld boezemfibrilleren het hart verzwakken en leiden tot hartfalen. Daarom is goede behandeling en controle essentieel.

Wat is de CHA2DS2-VASc score?

De CHA2DS2-VASc score is een scoresysteem dat het risico op een beroerte berekent bij patiënten met boezemfibrilleren. De letters staan voor risicofactoren: Congestief hartfalen, Hypertensie, Leeftijd 75 jaar of ouder (2 punten), Diabetes, eerdere Stroke/TIA (2 punten), Vaatziekte, Leeftijd 65-74, en Sekse (vrouwelijk). Een score van 0 bij mannen of 1 bij vrouwen betekent een laag risico. Bij een hogere score worden bloedverdunners aanbevolen.

Kan boezemfibrilleren genezen worden met een ablatie?

Een katheterablatie kan boezemfibrilleren effectief behandelen, met name bij paroxismaal (aanvalsgewijs) boezemfibrilleren. Bij 70-80% van de patiënten is de ablatie succesvol na een of twee procedures. Bij persisterend of langdurig persisterend boezemfibrilleren zijn de succespercentages lager. Het is belangrijk te beseffen dat boezemfibrilleren na een ablatie kan terugkomen en dat soms een herhaalprocedure nodig is.

Mag ik alcohol drinken met boezemfibrilleren?

Alcohol is een bekende trigger voor aanvallen van boezemfibrilleren. Overmatig alcoholgebruik verhoogt het risico op het ontwikkelen van boezemfibrilleren (het zogenaamde "holiday heart syndrome"). Als u boezemfibrilleren heeft, wordt aangeraden om alcoholgebruik sterk te beperken of geheel te vermijden. Zelfs matig gebruik kan bij sommige patiënten aanvallen uitlokken.

Kan ik blijven sporten met boezemfibrilleren?

Ja, de meeste patiënten met boezemfibrilleren kunnen en mogen blijven bewegen. Regelmatige, matige lichaamsbeweging is zelfs aanbevolen. Echter, zeer intensieve duursporten (marathon, wielrennen op hoog niveau) kunnen het risico op boezemfibrilleren verhogen. Overleg met uw cardioloog over welke sportactiviteiten en intensiteit voor u geschikt zijn. Als uw hartfrequentie goed gecontroleerd is, zijn de meeste activiteiten veilig.

Conclusie

Boezemfibrilleren is een veelvoorkomende hartritmestoornis die met de juiste behandeling goed beheersbaar is. De behandeling richt zich op drie pijlers: het beheersen van de hartfrequentie of herstellen van het ritme, het voorkomen van beroertes met bloedverdunners, en het aanpakken van onderliggende oorzaken en risicofactoren. Moderne behandelingen zoals katheterablatie bieden steeds betere resultaten, en leefstijlaanpassingen zoals gewichtsverlies en het beperken van alcohol kunnen een groot verschil maken. Neem uw aandoening serieus, volg het behandelplan van uw cardioloog en aarzel niet om hulp te zoeken bij klachten.

Last van hartkloppingen of een onregelmatige hartslag?

Laat uw hartritme controleren door een cardioloog bij u in de buurt.

Vind een Cardioloog

Lees ook in de kennisbank

Deze artikelen sluiten inhoudelijk aan en helpen u om uw hartgezondheid nog beter te begrijpen.