Terug naar Kennisbank

Hartkatheterisatie en Dotteren: Wat Kun Je Verwachten?

Een complete gids over hartkatheterisatie, dotteren en stentplaatsing

Cardioloog in de Buurt Redactie~12 minuten leestijd

Hartkatheterisatie is een van de meest uitgevoerde hartprocedures in Nederland. Jaarlijks ondergaan tienduizenden patienten deze ingreep om vernauwingen in de kransslagaders op te sporen en te behandelen. Als uw cardioloog een hartkatheterisatie heeft voorgesteld, is het begrijpelijk dat u zich afvraagt wat u kunt verwachten. In dit artikel leggen we de gehele procedure stap voor stap uit, van voorbereiding tot volledig herstel.

Of het nu gaat om een diagnostisch onderzoek om te kijken hoe uw kransslagaders erbij staan, of om een dotterbehandeling waarbij vernauwingen meteen worden verholpen: na het lezen van deze gids weet u precies wat de procedure inhoudt, welke risico's eraan verbonden zijn en hoe het herstel verloopt.

Cardiologie consult in ziekenhuis
Foto: Unsplash

Wat is Hartkatheterisatie?

Hartkatheterisatie, ook wel hartcatheterisatie of coronaire angiografie genoemd, is een minimaal invasieve procedure waarbij een dunne, flexibele buis (katheter) via een bloedvat naar het hart wordt gevoerd. De katheter wordt doorgaans ingebracht via de polsslagader (arteria radialis) of de liesslagader (arteria femoralis). Via de katheter kan de cardioloog contrastvloeistof inspuiten en met rontgenfoto's nauwkeurig in beeld brengen hoe het bloed door de kransslagaders stroomt.

Diagnostische hartkatheterisatie

Bij een diagnostische hartkatheterisatie is het doel om te onderzoeken of er vernauwingen of verstoppingen in de kransslagaders aanwezig zijn. De cardioloog brengt contrastvloeistof in de slagaders en maakt rontgenbeelden. Op deze beelden is precies te zien waar en hoe ernstig eventuele vernauwingen zijn. Dit onderzoek wordt ook wel coronaire angiografie of coronairangiogram (CAG) genoemd.

Tijdens het diagnostisch onderzoek kan de cardioloog ook de druk in de hartkamers meten, de pompfunctie van het hart beoordelen en kleplekkages opsporen. Soms wordt een aanvullende drukmeting gedaan met een speciale draad (FFR- of iFR-meting) om te bepalen of een vernauwing werkelijk de bloeddoorstroming belemmert en behandeling nodig is.

Therapeutische hartkatheterisatie (dotteren)

Wanneer er significante vernauwingen worden gevonden, kan de cardioloog besluiten om deze direct te behandelen. Dit heet dotteren, officieel percutane coronaire interventie (PCI). Hierbij wordt de vernauwing opgerekt met een ballonkatheter en meestal een stent geplaatst om het bloedvat open te houden. Het voordeel van hartkatheterisatie is dat diagnose en behandeling vaak in dezelfde sessie kunnen plaatsvinden.

Wanneer is Hartkatheterisatie Nodig?

Uw cardioloog kan een hartkatheterisatie aanbevelen in verschillende situaties. De meest voorkomende redenen zijn:

Vermoeden van kransslagadervernauwing

Als u klachten heeft die wijzen op angina pectoris, zoals pijn of druk op de borst bij inspanning, kortademigheid of uitstraling naar kaak of arm, en eerder onderzoek (zoals een inspanningstest, CT-scan of nucleaire scan) wijst op mogelijke vernauwingen, dan is hartkatheterisatie de gouden standaard om dit met zekerheid vast te stellen.

Acuut hartinfarct

Bij een acuut hartinfarct (STEMI) wordt een spoedkatheterisatie uitgevoerd, ook wel een primaire PCI genoemd. Hierbij wordt de afgesloten kransslagader zo snel mogelijk geopend met een ballonkatheter en stent. Tijd is hierbij letterlijk hartspier: hoe sneller de slagader geopend wordt, hoe minder schade aan het hart. In Nederland streven we ernaar om binnen 90 minuten na het eerste contact met de ambulance de slagader weer open te hebben.

Instabiele angina pectoris

Bij instabiele angina pectoris (pijn op de borst in rust of bij minimale inspanning die nieuw of verergerd is) wordt doorgaans binnen 24 tot 72 uur een hartkatheterisatie verricht om de ernst van de vernauwingen te beoordelen en zo nodig te behandelen.

Beoordeling voor hartoperatie

Voor patienten die een hartklepoperatie of bypassoperatie moeten ondergaan, wordt vooraf vaak een hartkatheterisatie gedaan om te controleren of er ook vernauwingen in de kransslagaders zijn die gelijktijdig behandeld moeten worden.

Afwijkend resultaat bij niet-invasief onderzoek

Wanneer een inspannings-ECG, stress-echo, CT-angiografie of myocardperfusiescan afwijkend is, kan hartkatheterisatie nodig zijn om een definitief antwoord te krijgen over de toestand van de kransslagaders.

Voorbereiding op de Ingreep

Voorafgaande onderzoeken

Voor een geplande hartkatheterisatie worden doorgaans de volgende voorbereidende onderzoeken gedaan: bloedonderzoek (nierfunctie, bloedstolling, bloedbeeld), een ECG en soms een rontgenfoto van de borstkas. Deze onderzoeken zijn belangrijk omdat de contrastvloeistof de nieren kan belasten en de arts moet weten of uw bloed normaal stolt.

Medicatie

Bespreek al uw medicijnen met de cardioloog. Bloedverdunners zoals acenocoumarol of warfarine moeten soms tijdelijk gestopt of aangepast worden. Metformine (een diabetesmedicijn) wordt doorgaans 48 uur voor en na de ingreep gestopt vanwege de contrastvloeistof. Andere medicijnen, zoals aspirine en statines, worden meestal juist doorgeslikt. Neem nooit zelf het besluit om medicatie te stoppen: overleg altijd met uw arts.

Nuchter zijn

U moet doorgaans minimaal 6 uur voor de ingreep nuchter zijn (niet eten). Helder water drinken mag meestal tot 2 uur voor de procedure. Het nuchter zijn vermindert het risico op complicaties mocht er onverwacht een narcose nodig zijn.

Allergeen melden

Meld altijd of u allergisch bent, met name voor jodiumhoudende contrastvloeistof, medicijnen of pleisters. Bij een bekende allergie voor contrastvloeistof kan de arts een voorbehandeling geven met corticosteroiden en antihistaminica om een allergische reactie te voorkomen.

Praktische zaken

  • Regel vervoer naar huis, want u mag na de ingreep niet zelf autorijden
  • Neem een nachttasje mee voor het geval u een nacht moet blijven
  • Draag gemakkelijke kleding die u makkelijk kunt aan- en uittrekken
  • Laat sieraden, horloge en waardevolle spullen thuis
  • Neem uw medicijnlijst en zorgpas mee

De Procedure Stap voor Stap

Stap 1: Ontvangst en voorbereiding

U meldt zich op de dagopname of hartbewaking. Een verpleegkundige controleert uw bloeddruk, hartslag en zuurstofgehalte. U trekt een ziekenhuishemd aan. In uw arm wordt een infuusnaald geplaatst voor het toedienen van medicatie en vocht. U krijgt eventueel een licht kalmerend middel als u erg gespannen bent.

Stap 2: Het katheterisatielaboratorium

U wordt naar het katheterisatielaboratorium (ook wel hartcathlab of cath lab) gebracht. Dit is een speciale operatiekamer met grote rontgenapparatuur en beeldschermen. U ligt op een smalle tafel onder de rontgenboog. Het team bestaat doorgaans uit een interventiecardioloog, een assistent-arts, een laborant en een verpleegkundige. Het kathlab ziet er indrukwekkend uit met veel apparatuur, maar het personeel is ervaren en begeleidt u door de gehele procedure.

Stap 3: Lokale verdoving en inbrengen katheter

De arts ontsmet de insteekplaats (pols of lies) en brengt lokale verdoving aan. U voelt een korte prik en branderig gevoel van de verdoving, maar daarna is de plek gevoelloos. Via een kleine punctie wordt een dun sluisje (sheath) in de slagader geplaatst. Hierdoor wordt de katheter ingebracht en voorzichtig opgevoerd richting het hart. U voelt de katheter zelf niet bewegen door de slagaders, omdat bloedvaten van binnen geen gevoelszenuwen hebben.

Stap 4: Contrastvloeistof en beeldvorming

Wanneer de katheter bij de opening van de kransslagaders is aangekomen, spuit de arts kleine hoeveelheden contrastvloeistof in. Op de beeldschermen verschijnt direct een gedetailleerd beeld van de kransslagaders. U kunt een warm gevoel ervaren dat door uw lichaam trekt wanneer de contrastvloeistof wordt ingespoten; dit is normaal en verdwijnt binnen enkele seconden. De arts bekijkt de slagaders vanuit verschillende hoeken door de rontgenboog te draaien.

Stap 5: Beoordeling en beslissing

Op basis van de beelden beoordeelt de cardioloog of en waar er vernauwingen zijn. Bij een vernauwing van meer dan 70% die klachten veroorzaakt, of bij een afwijkende drukmeting (FFR kleiner dan 0,80), wordt doorgaans besloten om direct te dotteren. Bij minder ernstige vernauwingen kan worden volstaan met medicamenteuze behandeling. Bij zeer uitgebreide vaatziekte kan de cardioloog adviseren om een bypassoperatie te overwegen. De arts bespreekt het plan vaak nog even met u terwijl u op de katheterisatietafel ligt.

Dotteren en Stentplaatsing

Hoe werkt dotteren (ballondilatatie)?

Bij het dotteren wordt een dunne draad (voerdraad) door de vernauwing geschoven. Over deze draad wordt een ballonkatheter opgevoerd. De ballon bevindt zich precies ter hoogte van de vernauwing en wordt kortstondig opgeblazen onder hoge druk (8 tot 20 atmosfeer). Hierdoor wordt de atherosclerotische plaque tegen de wand van het bloedvat gedrukt en het vat weer geopend. Het opblazen van de ballon duurt slechts enkele seconden tot een minuut. U kunt hierbij kort een drukgevoel op de borst ervaren doordat de bloeddoorstroming even wordt onderbroken.

Stentplaatsing

In verreweg de meeste gevallen wordt na het dotteren een stent geplaatst. Een stent is een klein buisvormig metalen veertje dat op een ballonkatheter is gemonteerd. Wanneer de ballon wordt opgeblazen, zet de stent zich uit en drukt tegen de vaatwand. Na het leeglopen van de ballon blijft de stent achter als een permanent steuntje dat het bloedvat openhoudt. De stent groeit in de loop van weken in de vaatwand in en wordt bedekt met een laag cellen.

Bare-metal stent (BMS) vs. drug-eluting stent (DES)

Er bestaan twee hoofdtypen stents. Een bare-metal stent (BMS) is een onbedekt metalen stent. Een drug-eluting stent (DES) is gecoat met een medicijn dat langzaam vrijkomt en de groei van littekenweefsel in de stent remt. Tegenwoordig worden vrijwel uitsluitend DES-stents gebruikt, omdat deze een aanzienlijk lager risico op hervernauwing (restenose) hebben: ongeveer 5-10% bij DES tegenover 20-30% bij BMS. Het nadeel van een DES is dat u langer dubbele bloedverdunning (aspirine plus een tweede plaatjesremmer) moet gebruiken, doorgaans 6 tot 12 maanden.

Bioresorbeerbare stents

Er zijn ook bioresorbeerbare (oplosbare) stents ontwikkeld die na verloop van tijd door het lichaam worden afgebroken. Het idee is dat er uiteindelijk geen permanent implantaat achterblijft. De eerste generatie van deze stents gaf echter meer complicaties dan verwacht, waardoor ze momenteel weinig worden toegepast. Er wordt wel onderzoek gedaan naar verbeterde versies.

Risico's en Complicaties

Hartkatheterisatie is een veilige procedure, maar zoals bij elke medische ingreep zijn er risico's. Het is belangrijk om deze te kennen, zodat u een weloverwogen beslissing kunt nemen.

Veelvoorkomende, milde complicaties

  • Bloeduitstorting op de insteekplaats - Dit komt regelmatig voor (10-15% van de gevallen), vooral bij de liesbenadering. De blauwe plek verdwijnt vanzelf in 1 tot 3 weken.
  • Nabloeding - Een kleine nabloeding kan voorkomen. Stevig drukken op de plek stopt het bloeden meestal. Bij procedures via de pols wordt een speciale drukcuff gebruikt.
  • Allergische reactie op contrastvloeistof - Milde reacties (jeuk, huiduitslag) komen in circa 1-3% voor en zijn goed behandelbaar.
  • Tijdelijke verergering nierfunctie - De contrastvloeistof kan de nieren tijdelijk belasten. Dit risico is groter bij patienten met een reeds verminderde nierfunctie of diabetes.

Zeldzame, ernstige complicaties

  • Hartinfarct tijdens de procedure - Bij dotteren kan soms een klein stukje plaque loskomen en een zijtak van de slagader afsluiten. Dit komt voor bij 1-2% van de dotterbehandelingen.
  • Beroerte - Zeer zeldzaam (minder dan 0,1%), maar kan optreden als er een stolseltje losschieet richting de hersenen.
  • Perforatie van het bloedvat - Een uiterst zeldzame maar ernstige complicatie waarbij de katheter of draad door de vaatwand prikt.
  • Hartritmestoornissen - De katheter kan het hart irriteren en tijdelijke ritmestoornissen uitlokken, die doorgaans vanzelf stoppen.
  • Overlijden - Het risico op overlijden bij een geplande hartkatheterisatie is zeer laag: minder dan 0,05% bij diagnostiek en circa 0,5-1% bij hoogrisico-dotterprocedures.

Pols versus lies

De polsbenadering (radiale toegang) wordt tegenwoordig geprefereerd boven de liesbenadering, omdat deze minder bloedingscomplicaties geeft, comfortabeler is voor de patient en sneller herstel mogelijk maakt. Niet alle procedures zijn echter via de pols mogelijk; bij complexe interventies kan de liesbenadering nodig zijn vanwege de grotere katheters die gebruikt moeten worden.

Herstel na de Ingreep

Direct na de procedure

Na de hartkatheterisatie wordt u teruggebracht naar de verpleegafdeling of dagopname. De katheter en het sluisje worden verwijderd. Bij de polsbenadering wordt een drukcuff of drukverband aangebracht dat na 2 tot 4 uur wordt verwijderd. Bij de liesbenadering moet u 4 tot 6 uur platliggen met het been gestrekt om nabloeding te voorkomen. Soms wordt een speciaal sluitapparaatje (closure device) gebruikt waardoor u sneller kunt mobiliseren.

In het ziekenhuis

Na een diagnostische hartkatheterisatie via de pols kunt u vaak dezelfde dag nog naar huis. Na een dotterbehandeling verblijft u doorgaans een nacht ter observatie, waarbij uw hartritme en bloedwaarden worden gecontroleerd. Na een spoedprocedure bij een hartinfarct blijft u langer: gemiddeld 2 tot 5 dagen, afhankelijk van de hoeveelheid schade aan het hart.

De eerste dagen thuis

  • Vermijd zwaar tillen (meer dan 5 kg) gedurende minimaal 48 uur, of langer bij liesbenadering
  • Houd de insteekplaats schoon en droog; douchen mag meestal na 24 uur
  • Rij geen auto gedurende minimaal 24 tot 48 uur
  • Drink extra water om de contrastvloeistof sneller af te voeren via de nieren
  • Lichte activiteiten zoals wandelen zijn aan te moedigen
  • Vermijd intensief sporten gedurende 1 tot 2 weken

Wanneer direct contact opnemen met uw arts?

Neem onmiddellijk contact op met het ziekenhuis of bel 112 als u de volgende symptomen ervaart na hartkatheterisatie:

  • Ernstige of toenemende bloeding uit de insteekplaats die niet stopt na 10 minuten stevig drukken
  • Grote, snel groeiende zwelling op de insteekplaats
  • Koude, bleke of tintelende hand of voet aan de kant van de punctie
  • Pijn op de borst, kortademigheid of duizeligheid
  • Koorts boven 38,5 graden Celsius
  • Tekenen van infectie: roodheid, warmte, pus bij de wond

Resultaten en Succespercentages

De resultaten van dotteren en stentplaatsing zijn over het algemeen uitstekend. Het technische succespercentage (het succesvol openen van de vernauwing) ligt boven de 95%. De meeste patienten ervaren direct na de ingreep een aanzienlijke vermindering van hun klachten.

Korte termijn

Na een succesvolle dotterbehandeling verdwijnen angina pectoris-klachten bij het merendeel van de patienten (circa 85-90%) geheel of grotendeels. De inspanningstolerantie verbetert doorgaans binnen enkele dagen tot weken. Bij een acuut hartinfarct verbetert vroegtijdig dotteren de overlevingskansen aanzienlijk.

Lange termijn

Het langetermijnsucces hangt sterk af van het trouw innemen van medicatie en het aanpassen van de leefstijl. Met moderne drug-eluting stents is het risico op hervernauwing van de behandelde plek (restenose) gedaald naar circa 5-10% in de eerste twee jaar. Echter, coronaire hartziekte is een chronische aandoening. Nieuwe vernauwingen kunnen op andere plekken ontstaan als risicofactoren niet goed worden beheerst. Regelmatige controle bij uw cardioloog is daarom essentieel.

Dotteren versus bypassoperatie

Bij ernstige drievatsziekte (vernauwingen in alle drie de hoofdkransslagaders) of een vernauwing van de linker hoofdstam kan een bypassoperatie op de lange termijn betere resultaten geven dan dotteren. De keuze tussen dotteren en een bypass wordt door het hartteam (cardioloog en hartchirurg samen) besproken en hangt af van de anatomie van de kransslagaders, bijkomende aandoeningen en de wens van de patient.

Nazorg en Leefstijlveranderingen

Medicatie na dotteren

Na het plaatsen van een stent schrijft de cardioloog de volgende medicijnen voor:

  • Dubbele plaatjesremming (DAPT) - Aspirine plus een tweede plaatjesremmer (zoals clopidogrel, ticagrelor of prasugrel) gedurende 6 tot 12 maanden. Dit voorkomt dat er een bloedstolsel in de nieuwe stent ontstaat (stenttrombose). Het is van levensbelang deze medicijnen trouw in te nemen en nooit zomaar te stoppen.
  • Cholesterolverlager (statine) - Om het LDL-cholesterol zo laag mogelijk te krijgen en verdere aderverkalking te remmen.
  • Bloeddrukverlager - Zoals een betablokker of ACE-remmer, afhankelijk van uw situatie.
  • Maagbeschermer - Soms voorgeschreven ter bescherming van de maag bij dubbele bloedverdunning.

Leefstijladviezen

Medicijnen alleen zijn niet genoeg. Leefstijlveranderingen zijn minstens zo belangrijk om uw hart gezond te houden en nieuwe vernauwingen te voorkomen:

  • Stoppen met roken - De belangrijkste maatregel. Roken verdubbelt het risico op hervernauwing na dotteren.
  • Gezonde voeding - Het mediterrane dieet (veel groenten, fruit, vis, olijfolie, noten, weinig verzadigd vet en bewerkt voedsel) is bewezen effectief voor het hartvaatstelsel.
  • Voldoende bewegen - Minimaal 150 minuten matige inspanning per week (stevig wandelen, fietsen, zwemmen). Hartrevalidatie wordt sterk aanbevolen na een dotterbehandeling.
  • Gezond gewicht - Overgewicht verhoogt de bloeddruk, cholesterol en het risico op diabetes.
  • Stressbeheersing - Chronische stress is een risicofactor voor hart- en vaatziekten. Ontspanningstechnieken, voldoende slaap en een goede werk-privebalans zijn belangrijk.
  • Matig alcoholgebruik - Maximaal een glas per dag voor vrouwen en twee voor mannen, of bij voorkeur minder.

Controles bij de cardioloog

Na een dotterbehandeling wordt u doorgaans na 4 tot 6 weken teruggezien door de cardioloog voor een eerste controle. Vervolgens vindt er periodiek controle plaats, meestal halfjaarlijks tot jaarlijks. Tijdens deze controles worden uw klachten besproken, bloeddruk gemeten, bloedonderzoek gedaan (cholesterol, nierfunctie) en eventueel een inspanningstest of echocardiogram verricht.

Veelgestelde Vragen

Is hartkatheterisatie pijnlijk?

De meeste patienten ervaren weinig pijn tijdens een hartkatheterisatie. Er wordt lokale verdoving gegeven op de insteekplaats (pols of lies). U kunt een lichte druk of een warm gevoel voelen wanneer het contrastvloeistof wordt ingespoten. Sommige patienten ervaren kort een drukgevoel op de borst. Na de ingreep kan de insteekplaats enkele dagen gevoelig zijn.

Hoe lang duurt een hartkatheterisatie met dotteren?

Een diagnostische hartkatheterisatie duurt gemiddeld 20 tot 30 minuten. Als er gelijk gedotterd wordt en een stent geplaatst moet worden, kan de procedure 45 minuten tot 2 uur duren, afhankelijk van de complexiteit en het aantal vernauwingen dat behandeld moet worden.

Hoe lang moet ik in het ziekenhuis blijven na dotteren?

Na een geplande dotterprocedure via de polsslagader kunt u vaak dezelfde dag nog naar huis. Bij een dotterbehandeling via de lies moet u doorgaans 4 tot 6 uur platliggen en blijft u soms een nacht ter observatie. Na een spoeddottering bij een hartinfarct verblijft u meestal 2 tot 4 dagen in het ziekenhuis.

Wat is het verschil tussen een bare-metal stent en een drug-eluting stent?

Een bare-metal stent (BMS) is een kaal metalen buisje dat het bloedvat openhoudt. Een drug-eluting stent (DES) is gecoat met medicatie die voorkomt dat het lichaam littekenweefsel in de stent vormt. DES-stents hebben een lager risico op hervernauwing (restenose) en worden tegenwoordig het meest gebruikt. Bij DES-stents moet u wel langer bloedverdunners slikken.

Kan een stent weer dichtslibben?

Ja, restenose (hervernauwing in de stent) kan optreden, hoewel dit met moderne drug-eluting stents relatief zeldzaam is geworden (circa 5-10%). Het risico is het grootst in de eerste 6 tot 12 maanden na plaatsing. Daarom is het essentieel om de voorgeschreven bloedverdunners trouw te slikken, risicofactoren te beheersen en regelmatige controles bij uw cardioloog te houden.

Conclusie

Hartkatheterisatie en dotteren zijn bewezen, veilige en effectieve procedures die jaarlijks duizenden levens redden in Nederland. Of het nu gaat om een gepland diagnostisch onderzoek of een spoedingreep bij een hartinfarct: de moderne cardiologie beschikt over uitstekende technieken om vernauwde kransslagaders te diagnosticeren en te behandelen.

Het succes van de behandeling op lange termijn hangt voor een groot deel af van uzelf: het trouw innemen van medicatie, stoppen met roken, gezond eten en voldoende bewegen. Samen met regelmatige controle bij uw cardioloog kunt u na een dotterbehandeling een actief en gezond leven leiden.

Zoek een Cardioloog bij Jou in de Buurt

Lees ook in de kennisbank

Deze artikelen sluiten inhoudelijk aan en helpen u om uw hartgezondheid nog beter te begrijpen.